De vernieuwing van de West Europese muziek aan het begin van de 20e eeuw is voor een deel terug te voeren op de herontdekking van de modaliteit uit de middeleeuwen en de renaissance.
Tijdens zijn studie in Rome liep Claude Debussy de kleine Santa Maria dell’ Anima kerk binnen, hoorde daar een mis van Palestrina uitgevoerd worden tijdens een liturgie en vond in Palestrina’s muziek waarnaar hij op zoek was. Ongeveer 15 jaar later beluisterde Bela Bartók tijdens een vakantie in Slowakije een boerin die een volkslied zong, die hiermee een compleet nieuwe wereld voor hem opende.
De modaliteit is het toonsysteem dat in de middeleeuwen uit Byzantium werd geïmporteerd en in West Europa op het omvangrijke repertoire van Gregoriaanse gezangen werd toegepast (en dat ook grotendeels bleek te passen). Van oorsprong is modaliteit een systeem waarmee melodieën kunnen worden geclassificeerd. Als gevolg van de ontwikkeling van de meerstemmigheid aan het begin van het tweede millennium is er ook een harmonische pendant ontstaan. Het uit Byzantium overgenomen classificatiesysteem onderscheidde acht verschillende modi. Het Westen heeft hier vier modi aan toegevoegd.
In de cursus zullen we ons om te beginnen toeleggen op modale melodieën en de kenmerken van de verschillende modi. Vervolgens zullen we ook eenvoudige harmonische zettingen uit de renaissance met elkaar bestuderen. Uiteindelijk zal de lijn worden doorgetrokken naar het begin van de 20e eeuwse muziek naar composities van Debussy en Bartók, die onafhankelijk van elkaar de modaliteit herontdekten.
De cursus zal online worden gedoceerd op tien vrijdagochtenden van 30 januari tot en met 24 april (27 februari, 27 maart en 3 april collegevrij) tot 9.30 uur tot 11.30 uur. De cursusprijs bedraagt € 312.95 en is inclusief syllabus ter waarde van € 25.00 en € 5.00 verzendkosten.
