
De lutherse leer van de Heilige Geest en haar invloed op Johann Sebastian Bach
Interdisciplinair proefschrift historische theologie en muziekwetenschap
verdedigd op 6 november 2012 aan de Universiteit Utrecht
(promotor: Prof. Dr. A.A. Clement)
Prijs: € 30.00 (excl. verzendkosten)
Voor bestelling, klik hier
Voor vrijwel alle grote christelijke feestdagen componeerde Johann Sebastian Bach een oratorium: er is een Weihnachts-Oratorium (BWV 248) voor de kerstdagen, Nieuwjaarsdag en Driekoningen, een Matthäus-Passion (BWV 244) en een Johannes-Passion (BWV 245) voor Goede Vrijdag, een Oster-Oratorium (BWV 249) voor Eerste Paasdag en een Himmelfahrts-Oratorium (BWV 11) voor Hemelvaartsdag. Opmerkelijke afwezige hier is Pinksteren, het feest van de uitstorting van de Heilige Geest op de volgelingen van Christus. Parallel hieraan is de geringe aandacht die de Bach-wetenschap voor de plaats van de Persoon en het werk van de Heilige Geest in het werk van Bach aan de dag heeft gelegd.
Dit boek gaat in op de pneumatologie (de leer van de Heilige Geest) van het lutheranisme van de 16e tot 18e eeuw en onderzoekt de invloed hiervan op Bach. De uitgangsgedachte is dat een dieper inzicht in de lutherse belijdenis ten aanzien van de Persoon en het werk van de Geest tot op Bachs levensdagen tot een beter begrip van Bachs composities over de Heilige Geest zou kunnen leiden. In dit boek wordt uitgewerkt dat het lutheranisme van de 16e tot 18e eeuw, naast dat het de Heilige Geest beleed als de derde persoon in de Triniteit, de Geest de rollen van Heiligmaker, Leraar, Trooster en Herinneraar toekende. Deze rollen worden toegelicht vanuit de theologische literatuur uit Bachs persoonlijke bibliotheek (waaronder zijn Calov-bijbel) en bestudeerd aan de hand van het tweede Kyrie en de aria ‘Et in Spiritum Sanctum’ uit de Mis in b (BWV 232), de cantate Widerstehe doch der Sünde (BWV 54), het koraalmotet ‘Wenn aber jener, der Geist der Wahrheit, kommen wird’ uit de cantate Es ist euch gut, daß ich hingehe (BWV 108) en het motet Der Geist hilft unser Schwachheit auf (BWV 226).