Kerstmuziek is er te kust en te keur, maar voor menige Nederlander is het Weihnachtsoratorium (BWV 248) van Johann Sebastian Bach toch de kerstmuziek bij uitstek. Bachs Weihnachtsoratorium bestaat uit een zestal cantates die voor het eerst uitgevoerd rond de jaarwisseling 1734-35 van Eerste Kerstdag tot en met Driekoningen. De eerste drie cantates zijn geschreven voor uitvoering op Eerste, Tweede en Derde kerstdag 1734. Samen vertellen deze cantates het verhaal over Jezus’ geboorte in Bethlehem. De vierde cantate is voor Nieuwjaarsdag, de vijfde voor de zondag na Nieuwjaar en de zesde voor Driekoningen (6 januari).
In deze lezing over het Weihnachtsoratorium zal aan de hand van de bewaard gebleven autograaf van Bach ons een inkijkje in Bachs werkwijze als componist worden geboden. We zullen horen hoe in de 17e eeuw kerstfeest in luthers Duitsland werd gevierd, hoe hierin in de vroege 18e eeuw een kentering kwam en waar in Bachs Weihnachtsoratorium de sporen van deze kentering zijn aan te wijzen. Tevens zal worden uitgewerkt hoe inzicht in lutherse theologische literatuur uit de barokke periode ons helpt Bijbels-theologische symbolieken in Bachs oratorium te herkennen.
Aanvraag voor deze lezing is mogelijk via het contactformulier.
